Van Innsbruck naar de Brenner
De grootste halteplaats onderweg op het landschappelijk steeds mooier wordende traject van Innsbruck naar de Brenner is Steinach, maar voordien liggen Igls en Schönberg al langs de route. Daarnaast zijn er een aantal dalen die zeker een bezoek waard zijn. Het voornaamste dal in zuidelijke richting is het Wipptal, dat zich uitstrekt langs de Sill, die haar water uiteindelijk afstaat aan de Inn. Bijna loodrecht op het Wipptal zijn er enkele mooie zijdalen waarvan de belangrijkste het Stubaital en het Gschnitztal zijn. De bekroning volgt uiteindelijk op de Brennerpas.
Igls, niet eens zo gek ver van Innsbruck, heeft veel van haar winterse sportinfrastructuur te danken aan de Olympische Winterspelen van 1976 in Innsbruck. In de zomer trekt het plaatsje vooral wandelaars aan, die onder meer de Europabrücke kunnen bewonderen, het hoogste viaduct van Europa, dat deel uitmaakt van de snelweg over de Brennerpas. Ook liefhebbers van kuren weten de weg naar hier te vinden. In het stadje kan je de Aegidiuskirche bewonderen, oorspronkelijk uit de 13de eeuw maar later aangepast in barokstijl. Een stoeltjeslift leidt er naar de top van de Patscherkofelbahn (2247 m). Aan de overzijde van de Europabrücke, die tot 190 m boven de valleibodem uitsteekt, is er een parking waar een pad leidt naar een kapel waar je kan terugblikken op de geschiedenis van de routes over de Brennerpas.
Trek je verder door het Wipptal in de richting van de Brennerpas dan beland je in Schönberg. De ligging en de rustige omgeving zijn belangrijke troeven voor het dorp. De plaatselijke parochiekerk H. Kreuz dateert uit het midden van de 18de eeuw en werd in de loop der jaren door tal van kunstenaars van mooie fresco’s voorzien. Een bijkomend pluspunt van Schönberg is haar ligging ter hoogte van de ingang van het Stubaital.
Het Stubaital, dat in zijn totaliteit als eerder rustig kan omschreven worden, ligt te midden de Stubai-Alpen. Op de Stubai-gletsjer kan er het jaar rond geskied worden. De drukste plaatsen in het Stubaital zijn de toeristische oorden Fulpmes en Neustift. De ijzerverwerking speelt een belangrijke rol in Fulpmes; het verwondert dan ook niet dat je een “Schmiedenmuseum” aantreft met fraaie staaltjes van siersmeedkunst. De rijkelijke huizen in het dorpscentrum hoorden toe aan de coöperatieve verenigingen van de ijzerfabrieken. Net als in Fulpmes zijn ook in Neustift klimmen en wandelen belangrijke activiteiten. Ook hier was de dorpskerk aanvankelijk gotisch maar werd ze enkele eeuwen later in barokstijl herbouwd.
Omwille van de engte van het Wipptal liggen er veelal langgerekte straatdorpen (Matrei, Steinach, Gries). Een aantal rijkelijk versierde huizen wijzen op een bepaalde welstand in het verleden. In Matrei am Brenner kan je niet naast de okergele parochiekerk kijken, die in 1704 door Josef Adam Mölk werd aangepast aan de barokstijl. Vooral de sportief georiënteerde toeristen zullen zich thuis voelen in Steinach en omgeving , ongeveer tegenover de ingang van het Gschnitztal.. Tijdens de zomer kan je terecht op 500 km wandelwegen, zijn er ruime mogelijkheden voor fietsers en mountainbikers en kan je hier zwemmen, paardrijden, tennissen of minigolf spelen. Als de sneeuw haar intrede doet wachten 100 km loipen, diverse liften, een rodelbaan, paardensleeën, enz… In het Kurhaus wordt water gebruikt uit Tirools sterkste radioactieve bron. Op zoek naar bezienswaardigheden beland je in het gehucht Mauern waar de Sankt Ursulakirche staat, oorspronkelijk uit de 13de eeuw, maar verbouwd in 1678. Gries am Brenner is het laatste Oostenrijkse dorpje voor de Brennerpas. Je kan er vooral terecht voor wandelingen die leiden naar schitterende uitzichtpunten.
Het Gschnitztal in zijn geheel is een Naturschutzgebiet, maar er is voldoende ruimte om van de natuurpracht te genieten tussen de weinige dorpjes in het dal. In de Sankt Georgkirche van Trins trekt een houten reliëf uit de 16de eeuw de aandacht; het toont een tafereel uit het leven van deze heilige. Van het oorspronkelijke slot Schneeberg (14de eeuw) resten alleen nog twee torens, later werd er een nieuw kasteel bijgebouwd. Zoals zo vaak gebeurde in de regio werd ook de parochiekerk van Gschnitz in de 18de eeuw verbouwd in barokstijl. Deze regio trekt behoorlijk wat wandelaars aan, maar ook fossielenjagers weten de weg te vinden, meer bepaald naar de Kesselspitze.
Copyright foto: Oostenrijkse dienst voor toerisme / Jezierzanski