Het traject tussen Innsbruck en Kufstein bedraagt zo’n 75 km en biedt mogelijkheden om een aantal interessante plaatsen aan te doen. In volgorde zijn dat Hall in Tirol (met de Münzerturm), Wattens (waar je niet omheen Swarovski kan), Schwaz (met zijn Silberbergwerk) en Rattenberg (bekend om zijn glaswerk). Zowat halfweg tussen beide laatste plaatsen kan je naar het mooie Zillertal.
De “Münzerturm”, de twaalfzijdige munttoren in Burg Hasegg kan beschouwd worden als hét symbool van Hall in Tirol. Ooit zetelden in deze middeleeuwse stad Tiroolse heersers; vanaf 1657 was hier de Munt gevestigd en nu het stadsmuseum. In de Altstadt toont het Rathaus een mengeling van stijlen, net als de nabije Nikolauskirche die gotiek en barok combineert. Eveneens vlakbij is het Bergbaumuseum, een voormalige zoutmijn die tracht de sfeer van vroeger op te roepen. Ook wie niet van Swarowski houdt zal in Wattens niet om die merknaam heen kunnen: enerzijds is er de fabriek, anderzijds het museum, waar onder meer de grootste geslepen kristal ter wereld (300.000 karaat) te bezichtigen is. Misschien bezoek je toch Swarovski Kristallwelten waar tal van aspecten van kristal getoond worden en waar het bedrijf op een unieke wijze zijn producten weet aan te prijzen. Natuurliefhebbers en wandelaars kunnen de waterval op de Wattenbach bezoeken of genieten van het uitzicht op een of andere alm.
Schwaz heeft wellicht wat meer te bieden op vlak van historische gebouwen alhoewel een veldslag in 1809 tot behoorlijk wat schade leidde. Het mooiste bouwwerk is wellicht de Pfarrkirche (15de eeuw) met een met koper bedekte toren. Daarnaast is er ook nog de Franziskanerkirche die behoorlijk wat van haar interieur in gotische stijl behouden heeft. Eén van de vroegere zilvermijnen, “Silberbergwerk”, is nu open voor bezoekers.
De glasbewerking in Rattenberg gaat terug tot in de 19de eeuw. Toen streken hier enkele glasbewerkers neer die hun grondstof haalden in de glasindustrie van Kramsach, op de andere oever van de Inn. In het leuk ogende middeleeuwse stadsbeeld van Rattenberg –naar men zegt de kleinste stad van Oostenrijk- zijn er diverse glaswinkels en zijn er ook traditionele glasbewerkers actief. In het verkeersvrije centrum breng je zeker een bezoek aan de “Nagelschmiedhäuser” (de huisjes van de nagelsmeden) die achteraan in de Südtiroler Strasse tegen de rotsen aanleunen. Voor een verzameling edelsmeedkunst en laatgotische schilderijen kan je terecht in het “Augustinermuseum” in het voormalige klooster van de Augustijnen. Een andere blikvanger is de burchtruïne op de Schlossberg. Zoiets als een Tirools Bokrijk, het “Tiroler Bauernhöfemuseum” vind je in het dorpje Mosen, aan de overzijde van de Inn.
Ongeveer halfweg tussen Schwaz en Rattenberg liggen Wiesing en Jenbach, beide een goede uitvalsbasis voor een bezoek aan het Zillertal . De Ziller baande zich in de loop der tijden aan weg door de Zillertaler Alpen (een zijtak van de Hohe Tauern), met als resultaat een prachtige vallei die vooral veel wintersporters aantrekt. De meest aantrekkelijke plaatsen in deze vallei zijn Zell am Ziller en Mayrhofen . Vanuit Jenbach kan je een schitterende reis per stoomtrein maken naar Zell am Ziller over de Zillertalerbanh. Op de plaats waar ooit de tent (Zell) van een kluizenaar zou gestaan hebben prijkt nu de fraaie parochiekerk van Zell am Ziller, die beschouwd wordt als een van de voornaamste kerken in barokstijl van Tirol. Het bijzonder mooie landschap omheen dit dorp trekt ook ’s zomers veel bezoekers, vooral wandelaars, die bijvoorbeeld kunnen genieten van prachtige alpenweiden. Dat landschap is ook het voornaamste aantrekkingspunt van Mayrhofen. Velen van de duizenden toeristen die deze drukke plaats aandoen trekken ook naar de regio Penken, die alom geroemd wordt om zijn bloemenpracht en zijn prachtige uitzichten op de Zillertaler Alpen.
Copyright foto: Oostenrijkse dienst voor toerisme / L.Mallaun