Het meest zuidelijke gedeelte van de Vogezen ontsnapt aan het massatoerisme. Veelal wordt het zelfs 'vergeten' door de toeristen. Nochtans is één dag te weinig om de aldaar gelegen hoogtepunten te zien.
Op weg naar Mulhouse moet je zeker en vast het Ecomusée d'Alsace gaan bezoeken. Dit is gelegen in Ungersheim. Voorzie toch algauw een paar uren voor dit openluchtmuseum. Het is vrij groot en omvat zeker een veertigtal oude woningen van de Elzas. Je kan dit museum het best vergelijken met Bokrijk in België en het Openluchtmuseum in Nederland.
Mulhouse ligt wat verderop en geeft inderdaad de indruk een industriestad te zijn. Hier zijn de autofabrieken van Peugeot gelegen en telt daardoor ook meer dan 200.000 inwoners. Alhoewel Mulhouse een mooi centrum heeft doen we deze stad aan voor drie unieke attracties: een automuseum, een spoorwegmuseum en de zoo met botanische tuin.
Het Automuseum of Musée National de l'Automobile geldt als één van de grootste en waardevolste in Europa. Met een collectie van ca. 400 wagens krijg je een beeld van deze industrietak vanaf zijn ontstaan. Er zijn heel wat unieke exemplaren tentoongesteld.
Het Spoorwegmuseum of Musée Français du Chemin de Fer beperkt zich tot de geschiedenis van de Franse Spoorwegen. Er is een klein interactief gedeelte en het grote museum met stoomlocomotieven en rijtuigen, vanaf de grootste luxe tot de laagste klasse.
De Zoo weet zich niet alleen te onderscheiden van de anderen door zijn botanische tuin. Deze dierentuin heeft zich in de loop der jaren gefocust op zeldzame diersoorten. Kweekprogramma's, wetenschappelijk onderzoek en actieve bescherming doen ze in samenwerking met talrijke andere dierentuinen.
Meer informatie over Mulhouse en zijn musea: www.ot.ville-mulhouse.fr