Andere bezienswaardigheden Doornik

Gevels zien in Doornik: bewondering en verwondering

Neem gerust de tijd om alles wat zich op de driehoekige Grote Markt voor je ontvouwt te bewonderen. Recht voor je de Lakenhalle, links van je het belfort en centraal op het marktplein een standbeeld. Rechts zie je de kerk St Quentin (St-Kwintenskerk). Op één plein alle bouwstijlen samen: gotiek, renaissance, romaans. Aan de gevels hangen kleurrijke vaandels, normaal 36 stuks. Zij verwijzen naar de gilden.  Lees meer

  • Sta stil bij Romaanse en gotische gevels
  • Heel wat te bekijken op de Grote Markt:
  • Lakenhalle heeft diverse stijlen
  • Belfort is het oudste van België 
  • Stadhuis, oud abdijpaleis 
  • Spot de Tour Henri VIII 
Gratis reisgids downloaden

Bannières des Corporations

Ambachtslieden (bakkers, goudsmeden, slagers, timmerlieden, tapijtwevers, …) besloten tijdens de middeleeuwen zich te groeperen om sterker naar buiten te kunnen komen. De geboorte van de gilden was een feit. Er werden regels opgesteld waaraan ieder lid zich diende te houden, afspraken gemaakt inzake loon, het gebruik van maten en gewichten, sancties bij het niet naleven enz. Achterliggende gedachte was natuurlijk om ook politiek enige weerklank te vinden als sociale organisatie. 

Elk van de gilden, 36 in Doornik, koos een meester en een gezel als vertegenwoordiger. Bovendien werd ook een patroonheilige aan de gilden gekoppeld en had elke gilde een eigen banier (vlag) met daarop een beeltenis, voorwerp of symbool verwijzend naar het ambacht of de naam van de gilde. Eind 18de eeuw met de Franse Revolutie verdwenen de gilden langzaam.

Het bronzen standbeeld op de Grote Markt toont Christine de Lalaing of Princesse d'Espinoy. Zij was een ware heldin die radicaal het protestante Doornik heeft verdedigd in 1581, toen de stad werd belegerd door troepen van de Spaanse Nederlanden. 

Lakenhalle

De Lakenhalle dateert van begin de 17de eeuw en vervangt een houten exemplaar uit de 13de eeuw. Je herkent zowel elementen van de renaissancestijl (eerste verdieping), barok (puntgevels) als gotiek (spitsbogen). Op de binnenplaats kwamen de lakenhandelaars bijeen. Het gebouw is al een paar keer verbouwd of gerestaureerd. In 1881 stortte het in, in 1940 vielen er brandbommen op. Je kan de Lakenhalle niet als individu bezoeken. Er vinden wel geregeld evenementen en tentoonstellingen in plaats of worden er notabelen en andere eregasten plechtig ontvangen.

Sint Kwintenskerk

Breng een bezoek aan deze kerk, het zou zonde zijn ze niet binnen te stappen, vrije toegang. Het buitenaanzicht is een typevoorbeeld van de romaanse bouwstijl. Het kerkschip dateert van eind 12de eeuw terwijl het koor en de dwarsbeuken eerder al getuigen van de overgang tussen romaans en gotiek. In één van de hoeken bevindt zich in een kapel de graftombe van Pasquier Grenier. Hij zorgde er mede voor dat de tapijtkunst in Doornik bekend werd. Maar dat niet alleen, hij financierde mee de bouw van het koor en de kapellen. Hij ligt dus begraven in zijn ‘eigen’ kapel.

Schenk aandacht aan de twee beelden op pijlers in het kerkschip. Je zou denken dat dit houten beelden zijn. Niet zo, het zijn polychrome beelden uit steen uit de 15de eeuw (beeldhouwer Jean Delemer en schilder Robert Campin beiden uit Doornik). En links voorin de kerk hangt een merkwaardig kruisbeeld. Vind je ook niet dat het aangezicht van Christus hier iets ‘vrouwelijks’ heeft?

Belfort

Het belfort van Doornik is het oudste van België. Er stond op deze plek eind 12de eeuw al een wachttoren met twee klokken in. Die dienden om de bevolking bijeen te roepen voor bijvoorbeeld een aankondiging. Een brand in 1392 verwoestte gedeeltelijk de belforttoren maar vijf jaar later waren de grootste restauratiewerken achter de rug. Iets wat gevierd werd met het gooien van ‘pichous’ (soort broodje) vanop de top. Een traditie die nog steeds elk jaar met carnaval in ere wordt gehouden. Het was Bruno Renard, een in Doornik geboren architect, die met zijn aanpassingen het belfort zijn huidige look gaf halfweg de 19de eeuw. Het deed ooit nog dienst als gevangenis en zelfs als stadhuis. Er hangen nog altijd twee zware klokken in: de Bancloque (5 ton) en de Timbre (2 ton). Toen Doornik in 1940 een regen van brandbommen moest doorstaan, was het belfort één van de weinige gebouwen die overeind bleef Sinds 1999 prijkt het belfort op de lijst van erkend Unesco Werelderfgoed.

Het belfort is uitgerust met een beiaard sinds 1535.  Er hangen 55 klokken in. Van Pasen tot eind september zijn er beiaardconcerten. Je kan tot bij de beiaardier klimmen om hem live aan het werk te zien. Je kan het belfort beklimmen tot op twee niveaus. Als je de volledige klim doet (257 trappen!), dan kom je uit op het bovenste terras waar je kan genieten van een mooi uitzicht over de stad en omgeving. De toren is 72 meter hoog. Let wel, het is er vrij smal en je mag geen hoogtevrees hebben omdat de balustrade erg dicht tot bij de hoektorens komt. In kleine ruimtes onderweg naar boven verneem je meer over de geschiedenis van het belfort.  Op maandag gesloten.

Stadhuis

Het stadhuis is gehuisvest op de plaats waar het abtspaleis stond van de voormalige Sint-Maartenabdij (benedictijnen). Aanvang 11de eeuw wordt een kapel opgericht, gewijd aan Sint-Maarten door een voormalige schooldirecteur uit Doornik (Odon van Orléans). Hij krijgt al gauw volgelingen in zijn spoor wat de aanleiding was tot de bouw van een abdij met kloostergebouwen tijdens de 12de eeuw. Het enige overgebleven zichtbare hiervan ligt ondergronds (zie Romaanse crypte).

Tot de 18de eeuw behoorde de Sint-Maartensabdij tot één der meest welvarende van het toenmalige West-Europa. Het abtspaleis werd in 1763 opgetrokken naar de plannen van architect Laurent Dewez. Na de Franse revolutie die een eind maakte aan het abdijleven, nam het gemeentebestuur in 1809 er zijn intrek en tot vandaag is dat nog steeds het statige stadhuis van Doornik. De neoklassieke voorgevel was het enige deel dat de zware bombardementen in mei 1940 overleefde. Al de rest werd geheel volgens de oorspronkelijke stijl heropgebouwd. Kijk eens naar de vier ‘vuurpotten’ op het dak.

Romaanse crypte

Wil je mee naar een plek waar weinig toeristen komen omdat het bestaan ervan nauwelijks bekend is? Enkel tijdens weekdagen en de openingsuren van het stadhuis kan je aan de balie informeren of je als individu de crypte onder het stadhuis mag bezichtigen. Veel kans dat de bediende je dit toelaat. Deze romaanse crypte dateert uit de 12de eeuw. Het is het enige zichtbare van de kloostergebouwen die deel uitmaakten van de Sint-Maartensabdij die door de Franse Revolutie werd opgeheven.

Bij de toegang naar de crypte hangt een modern geweven wandtapijt van Edmond Dubrunfaut (1920-2007), een veelzijdig beeldend kunstenaar die onder meer zich inzette om de tapijtweefkunst nieuw leven in te blazen met het Centre de la Rénovation de la Tapisserie de Tournai.

Sint-Jacobskerk

Misschien wel dé mooiste kerk van Doornik. Veel van wat hier te zien is, zijn voorbeelden van de typische Doornikse gotische stijl. Bij de toegang tot de kerk ligt een sint-jacobsschelp. Niet zomaar natuurlijk. Als je de kerk betreedt wordt het vlug duidelijk. Op een kaart is de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella afgebeeld. De schelp is het symbool van deze route. De route komt langs Doornik voorbij. In het witte huis (rechts, toegang kerk in de rug) kan je als bedevaarder je stempel voor de pelgrimsroute afhalen.

Op de plaats waar nu deze Sint-Jacobskerk staat, bevond zich tijdens de middeleeuwen (12de eeuw) een romaanse kapel. Het portaal geeft al een serene indruk met links en rechts grafstenen van mensen die het geld bezaten voor zo’n grafsteen, vaak dus uit adellijke kringen. Het kerkschip, transept en zijbeuken dateren uit het begin van de 13de eeuw. Kijk vooral naar de glasramen en het retabel waar Sint-Jacob op staat afgebeeld.

Rechts van het koor zie je een houten beeld van Jacobus met de schelp uit de 18de eeuw. Een prachtig neogotisch zijaltaar is te danken aan baron de Béthune. 
In de rechterzijkapel kan je musicerende engelen zien op het plafond van de koepel, afgebeeld met een harp, doedelzak of luit. Het moet oorspronkelijk geschilderd zijn begin 15de eeuw, gerestaureerd in 1895. De lezenaar met een adelaar dateert uit 1411. 
Tip: ga voor het allermooiste zicht in de kerk áchter het altaar staan en kijk dan eens wat je ziet. 

Romaanse huizen

Toch wel even goed om stil te staan bij deze gevels die dateren van de 12de eeuw. Het zijn unieke exemplaren uit die periode. Je moet eens kijken naar de zuiltjes die voor de ramen zijn geplaatst. Ook loopt er onder en boven een horizontale verbinding uit natuursteen. Wat verder rechts in die straat heb je een gotisch landhuis uit de 15de eeuw.

Sint Brixiuskerk

Zeker vermeldenswaardig is de blootlegging van een 12de-eeuwse romaanse crypte. Het koor is gebouwd tijdens de 13de en 14de eeuw. De beeldhouwer Georges Grard maakte het hoofdaltaar (zie ook Museum voor Schone Kunsten). De kerktoren heeft nog als belfort gediend op de rechteroever van de Schelde. 

Graf van Childerik

Per toeval werd halfweg de 17de eeuw tijdens sloopwerken naast de Sint-Brixiuskerk het graf gevonden van de Merovingische koning Childerik (+ 481), vader van Clovis. Het bleek een onwaarschijnlijke vondst, bijna twaalf eeuwen ná zijn dood. Er werden gouden voorwerpen gevonden, nl. 300 gouden bijen wat een symbool was in de tijd van de Franken. Dit plus beenderen van Childerik en ook nog van zijn paard moeten het bewijs leveren dat Clovis van Doornik afkomstig was. Helaas, van die gouden bijen zijn maar twee originele stuks teruggevonden. Zij worden bewaard in Parijs (Cabinet des Médailles). Kopieën zijn wel te bezichtigen in het archeologisch museum.

Stadspark

Er is een met perken mooi afgelijnd gedeelte met twee waterpartijen en daarachter links een méér natuurlijk park. Het park behoorde toe aan de Sint-Maartensabdij van een benedictijnenorde uit de 11de eeuw. 
Vóór het stadhuis staat een beeld van Louis Gallait, een in 1810 in Doornik geboren kunstschilder. De man heeft in het Museum van Schone Kunsten in Doornik een eigen zaal met zijn werk. Hij schilderde vooral heldhaftige taferelen op grote doeken. Het standbeeld is gemaakt door Guillaume Charlier, de sokkel werd door Victor Horta ontworpen. Je ziet drie reliëfs. 
Achter de drie linkse bogen staat een boom die gepland werd toen het oorspronkelijke abdijpaleis (en nu dus stadhuis) werd opgetrokken in 1763. Het gaat om een ginkgo biloba. Intussen is die méér dan 250 jaar oud.

Tour Henri VIII

Deze toren maakte als donjon deel uit van een fort dat werd gebouwd in opdracht van koning Hendri VIII in 1513 op de rechteroever van de Schelde. Deze Engelse koning had toen de stad ingenomen met zijn legers. Hij liet een citadel bouwen met een muur en een gracht eromheen. Uiteindelijk zouden ze vijf jaar in Doornik blijven. In die periode vooral gebruikt als onderdak voor de soldaten. Waarom is niet meer overgebleven van de citadel? Lodewijk XIV die veel liet bouwen onder zijn regeerperiode liet ook af en toe eens iets neerhalen waaronder dus de citadel. De muren zijn 7 meter dik. De diameter bedraagt 25 meter. Ooit zat hier het wapenmuseum in. Wat de bedoeling is in de toekomst is nog niet exact geweten. 

Reviews en beoordelingen Andere

Heb je zelf tips of opmerkingen over Bezienswaardigheden Doornik? Plaats je beoordeling

Als eerste onze promoties ontvangen?

Mis geen enkele van onze exclusieve aanbiedingen en last-minutes.

Deel deze info